Mijn beste wensen voor 2017!
Een nieuw jaar brengt nieuwe verhalen! Ook over onze familie!
06 januari 2017
Louis Boucneau geëlektrocuteerd!
In Brussel waren enkele Boucneau's actief als marmerhandelaar. Zij waren afkomstig uit Rance.
Het gaat onder meer om Leon en François Boucneau (1848-1916) en familieleden of kinderen van hen. De volledige stamboom hebben we nog niet kunnen reconstrueren.
In een Brusselse krant, La Métropole, van 7 februari 1914, vonden we een stukje over 'un ingénieur électrocuté'. Het gaat blijkbaar om een ongeval waarbij Louis Boucneau, jong ingenieur, omkomt door elektrocutie bij het nakijken van een motor in een marmerbedrijf die hij zelf geplaatst had. Het marmerbedrijf wordt niet bij naam genoemd, maar ligt in de Merodestraat in Vorst (Brussel). Waarschijnlijk is het geen bedrijf van de familie Boucneau. Hijzelf woont blijkbaar in de Artiestenstraat op nummer 19 in Laken (Brussel).
Letterlijk hetzelfde (vertaalde) bericht vonden we terug in Het Morgenblad, een Antwerpse krant uit die tijd.
In La Dernière Heure van 8 februari vonden we zijn overlijdensbericht.
Louis Boucneau blijkt 23 jaar oud en is dus waarschijnlijk geboren in 1890 of 1891. Blijkbaar werd hij bijgezet in het familiegraf in Schaarbeek, hetgeen er op wijst dat er reeds andere familieleden van de familie Boucneau in Schaarbeek begraven liggen.
In de Brusselse Almanach uit 1914, een soort Gouden Gids uit die tijd, vonden we vier Boucneaus terug: ene L. Boucneau, 'employé' in de Rue Gilbert; François Boucneau, 'marbrier-sculpteur', in de Rue de la Victoire (bedrijf in de Rue du Métal); Leon Boucneau, 'négociant en marbres' in de Rue de Brabant (bedrijf in de Rue Herry) en tenslotte deze L(ouis) Boucneau, 'rentier' (rentenier dus, maar misschien had hij op dat moment gewoon geen werk?!), in de Rue des Artistes, op nummer 19!
*Version Français*
Louis Boucneau électrocuté!
A Bruxelles, les Boucneaus étaient active en tant que commerçant de marbre. Ils venaient de Rance. Parmi eux se trouvaient Léon et François Boucneau (1848-1916) et Louis Boucneau, qui est probablement un fils de François.
Dans un journal, La Métropole, daté du 7 février 1914, il y avait un article sur un accident dans lequel Louis Boucneau, jeune ingénieur, a été tué par électrocution. Louis Boucneau a atteint l'âge de 23 ans et est probablement né en 1890 ou 1891.
Apparemment, il a été enterré dans le caveau familial de Schaerbeek, indiquant qu'il y avait déjà enterré d'autres membres de la famille Boucneau.
Dans l'Almanach de Bruxelles de 1914, quatre Boucneaus étaient mentionnés: L. Boucneau, 'employé', rue Gilbert; François Boucneau, 'marbrier-sculpteur', rue de la Victoire; Léon Boucneau, 'négociant en marbres', rue de Brabant, et L(ouis) Boucneau, 'rentier', rue des Artistes, numéro 19!
*English version*
Louis Boucneau electrocuted!
In Brussels, the Boucneau family was active as marble traders. They came from Rance. Among them were Leon and François Boucneau (1848-1916) and Louis Boucneau, who is probably a son of François.
In a newspaper, La Métropole, dated February 7, 1914, there was an article about an accident in which Louis Boucneau, a young engineer, was killed by electrocution.
Louis Boucneau attained the age of 23 and was probably born in 1890 or 1891. Apparently he was buried in the family vault in Schaerbeek, indicating that there had already been buried other members of the Boucneau family.
In the Brussels 1914 Almanac, four Boucneaus were mentioned: L. Boucneau, 'employee', rue Gilbert; François Boucneau, 'marble-sculptor', rue de la Victoire; Leon Boucneau, 'marble merchant', rue de Brabant, and L(ouis) Boucneau, 'rentier', rue des Artistes, number 19!
Bron:
- Krantenarchief via www.HetArchief.be - https://hetarchief.be/nl/zoeken/boucneau
In een Brusselse krant, La Métropole, van 7 februari 1914, vonden we een stukje over 'un ingénieur électrocuté'. Het gaat blijkbaar om een ongeval waarbij Louis Boucneau, jong ingenieur, omkomt door elektrocutie bij het nakijken van een motor in een marmerbedrijf die hij zelf geplaatst had. Het marmerbedrijf wordt niet bij naam genoemd, maar ligt in de Merodestraat in Vorst (Brussel). Waarschijnlijk is het geen bedrijf van de familie Boucneau. Hijzelf woont blijkbaar in de Artiestenstraat op nummer 19 in Laken (Brussel).
Letterlijk hetzelfde (vertaalde) bericht vonden we terug in Het Morgenblad, een Antwerpse krant uit die tijd.
In La Dernière Heure van 8 februari vonden we zijn overlijdensbericht.
Louis Boucneau blijkt 23 jaar oud en is dus waarschijnlijk geboren in 1890 of 1891. Blijkbaar werd hij bijgezet in het familiegraf in Schaarbeek, hetgeen er op wijst dat er reeds andere familieleden van de familie Boucneau in Schaarbeek begraven liggen.
In de Brusselse Almanach uit 1914, een soort Gouden Gids uit die tijd, vonden we vier Boucneaus terug: ene L. Boucneau, 'employé' in de Rue Gilbert; François Boucneau, 'marbrier-sculpteur', in de Rue de la Victoire (bedrijf in de Rue du Métal); Leon Boucneau, 'négociant en marbres' in de Rue de Brabant (bedrijf in de Rue Herry) en tenslotte deze L(ouis) Boucneau, 'rentier' (rentenier dus, maar misschien had hij op dat moment gewoon geen werk?!), in de Rue des Artistes, op nummer 19!
*Version Français*
Louis Boucneau électrocuté!
A Bruxelles, les Boucneaus étaient active en tant que commerçant de marbre. Ils venaient de Rance. Parmi eux se trouvaient Léon et François Boucneau (1848-1916) et Louis Boucneau, qui est probablement un fils de François.
Dans un journal, La Métropole, daté du 7 février 1914, il y avait un article sur un accident dans lequel Louis Boucneau, jeune ingénieur, a été tué par électrocution. Louis Boucneau a atteint l'âge de 23 ans et est probablement né en 1890 ou 1891.
Apparemment, il a été enterré dans le caveau familial de Schaerbeek, indiquant qu'il y avait déjà enterré d'autres membres de la famille Boucneau.
Dans l'Almanach de Bruxelles de 1914, quatre Boucneaus étaient mentionnés: L. Boucneau, 'employé', rue Gilbert; François Boucneau, 'marbrier-sculpteur', rue de la Victoire; Léon Boucneau, 'négociant en marbres', rue de Brabant, et L(ouis) Boucneau, 'rentier', rue des Artistes, numéro 19!
*English version*
Louis Boucneau electrocuted!
In Brussels, the Boucneau family was active as marble traders. They came from Rance. Among them were Leon and François Boucneau (1848-1916) and Louis Boucneau, who is probably a son of François.
In a newspaper, La Métropole, dated February 7, 1914, there was an article about an accident in which Louis Boucneau, a young engineer, was killed by electrocution.
Louis Boucneau attained the age of 23 and was probably born in 1890 or 1891. Apparently he was buried in the family vault in Schaerbeek, indicating that there had already been buried other members of the Boucneau family.
In the Brussels 1914 Almanac, four Boucneaus were mentioned: L. Boucneau, 'employee', rue Gilbert; François Boucneau, 'marble-sculptor', rue de la Victoire; Leon Boucneau, 'marble merchant', rue de Brabant, and L(ouis) Boucneau, 'rentier', rue des Artistes, number 19!
Bron:
- Krantenarchief via www.HetArchief.be - https://hetarchief.be/nl/zoeken/boucneau
18 september 2016
Mona, dochtertje van Johan en Ariana Boucneau-Barku
Op 13 september werd Mona geboren! 51 cm en bijna 4 kg! Ze is het dochtertje van Ariana Barku en Johan Boucneau uit Genk. Welkom Mona en een dikke proficiat voor de ouders en de hele familie!
06 september 2016
Adolphe Boucneau werkte voor de familie Rothschild
Adolphe Boucneau worked for the Rothschild Family
Uit een Engelse thesis (The English Rothschild Family in the Vale of Aylesbury
their houses, collections, and collecting activity 1830-1900) blijkt dat Adolphe Boucneau marmer leverde aan de familie Rothschild voor minstens twee kastelen. Het gaat om Mentmore House en Aston Clinton House, beide in Buckinghamshire. Waarschijnlijk werkte hij voor hen van 1856 tot 1862!
Mentmore House
Zowel de inkomsthal als de grote zaal van Mentmore House (ook Mentmore Towers genoemd naar de vier hoekorens) werden luxueus ingericht, speciaal om de kunstverzameling van baron Mayer de Rothschild te etaleren. De hal, gevoerd in Caen Stone (een fijne zandsteen) en geplaveid met Siciliaanse en Belgisch marmer, Rouge Royal, uitgevoerd door Adolphe Boucneau, verwijst naar de Italiaanse Renaissance. De hal was speciaal ontworpen voor de verzameling marmeren beeldhouwwerk die Mayer uit Florence ook via kunsthandelaar Aldolphe Boucneau had verworven!
Aston Clinton House
Ook voor dit kasteel leverde Adolphe Boucneau marmerwerk en marmeren schouwmantels.
De eigenaar, : Sir Anthony de Rothschild, koos duidelijk voor een modieuze Franse achttiende-eeuwse stijl. Adolphe Boucneau was daar duidelijk in gespecialiseerd!
Lees hier het volledige verhaal op onze website!
Mentmore House
Zowel de inkomsthal als de grote zaal van Mentmore House (ook Mentmore Towers genoemd naar de vier hoekorens) werden luxueus ingericht, speciaal om de kunstverzameling van baron Mayer de Rothschild te etaleren. De hal, gevoerd in Caen Stone (een fijne zandsteen) en geplaveid met Siciliaanse en Belgisch marmer, Rouge Royal, uitgevoerd door Adolphe Boucneau, verwijst naar de Italiaanse Renaissance. De hal was speciaal ontworpen voor de verzameling marmeren beeldhouwwerk die Mayer uit Florence ook via kunsthandelaar Aldolphe Boucneau had verworven!
Aston Clinton House
Ook voor dit kasteel leverde Adolphe Boucneau marmerwerk en marmeren schouwmantels.
De eigenaar, : Sir Anthony de Rothschild, koos duidelijk voor een modieuze Franse achttiende-eeuwse stijl. Adolphe Boucneau was daar duidelijk in gespecialiseerd!
Lees hier het volledige verhaal op onze website!
12 april 2016
Droevig nieuws: Jacques Boucneau overleden
Het droeve nieuws kwam erg
onverwacht. Op 2 april 2016 overleed Jacques Boucneau. Dat bericht kregen we van Joachim Boucneau, zijn zoon.
We wensen de familie en vooral zijn zonen Joachim en Pieter en hun gezin veel sterkte. Jacques was nog maar 64 jaar en overleed aan een hartaandoening. Veel te jong.
Het is zeker dankzij Jacques dat deze website en onze goed gedocumenteerde stamboom tot stand is gekomen. Samen met hem en mijn broer Johan deden we het eerste zoekwerk in het archief van Brugge. Uiteraard hadden we samen wel al wat informatie uit het familiearchief, maar dat opzoekwerk in Brugge was zeker de start, nu meer dan 17 jaar geleden...
Het belangrijkste document dat we toen samen op het spoor kwamen en 'vertaalden' was de akte, de 'staat van goed' opgemaakt na het overlijden van Stephanus Boucneau in 1701. Dat document bevestigde zwart-op-wit de afstamming van Anthoine Boucneau en dus oorsprong van onze familie(naam) uit Nimy bij Mons in Henegouwen.
Ook al waren we slechts heel verre verwanten en hadden we doorheen de jaren slechts nu en dan contact, ik zal me Jacques steeds blijven herinneren als een aangenaam, wijs en gedreven man! Vanaf nu zullen we bij het werk aan onze stamboom steeds aan hem denken!
Heel erg bedankt Jacques!
Patrick Boucneau
10 april 2016
.
We wensen de familie en vooral zijn zonen Joachim en Pieter en hun gezin veel sterkte. Jacques was nog maar 64 jaar en overleed aan een hartaandoening. Veel te jong.
Het is zeker dankzij Jacques dat deze website en onze goed gedocumenteerde stamboom tot stand is gekomen. Samen met hem en mijn broer Johan deden we het eerste zoekwerk in het archief van Brugge. Uiteraard hadden we samen wel al wat informatie uit het familiearchief, maar dat opzoekwerk in Brugge was zeker de start, nu meer dan 17 jaar geleden...
Het belangrijkste document dat we toen samen op het spoor kwamen en 'vertaalden' was de akte, de 'staat van goed' opgemaakt na het overlijden van Stephanus Boucneau in 1701. Dat document bevestigde zwart-op-wit de afstamming van Anthoine Boucneau en dus oorsprong van onze familie(naam) uit Nimy bij Mons in Henegouwen.
Ook al waren we slechts heel verre verwanten en hadden we doorheen de jaren slechts nu en dan contact, ik zal me Jacques steeds blijven herinneren als een aangenaam, wijs en gedreven man! Vanaf nu zullen we bij het werk aan onze stamboom steeds aan hem denken!
Heel erg bedankt Jacques!
Patrick Boucneau
10 april 2016
.
28 augustus 2015
Waar waren Camille Boucneau en Elisa Lahaye tijdens de Groote Oorlog?
De kinderen van de Westhoek werden tijdens Wereldoorlog 1 ('de Groote Oorlog') geëvacueerd naarmate de oorlog vorderde en de situatie steeds gevaarlijker werd, vooral naar Frankrijk.
Mijn grootouders Camille Boucneau en Elisa Lahaye waren beiden 10 jaar oud toen in 1914 de oorlog uitbrak.
Over hun lot tijdens de Groote Oorlog weten we niet veel. Elisa woonde met haar ouders Karel Lahaye (1867-1941) en Sophie Bendel (1863-1938) in Avekapelle. Camille was een voorhuwelijks kind en werd opgevoed door zijn grootouders Benjamin Vantoortelboom (1851-1912) en Virginia Petit (1858-1930) en woonde dus bijna zeker in Eggewaartskapelle (misschien in Steenkerke).
Het enige wat we tot nu toe wisten was dat ook zij als kind tijdens de Groote Oorlog beiden in Frankrijk werden ondergebracht. "Grandalles!", dat was een van de plaatsen die we grootvader Camille ooit hadden horen vernoemen...
Tot nu toe was er over die oorlogskinderen weinig te vinden. Uiteraard veranderde dat met alle herdenkingen rond 1914-1918.
In het recente boek 'Veurne in de Grote Oorlog' van Jozef Ameeuw vonden we al meer informatie. Kinderen uit Avekapelle en Eggewaartskapelle zouden na bombardementen in 1915 vooral naar Cayeux, St.-Pair, St.-Ariën en Ste.-Marguerite zijn gebracht. Vanaf het voorjaar 1915 werden vanuit de Westhoek kinderen naar zgn. schoolkolonies in Frankrijk gebracht. Onder begeleiding van Vlaamse leerkrachten.
Onlangs vonden we dan een prachtige nieuwe website volledig gewijd aan het lot van de kinderen tijdens de Groote Oorlog: Exilium. Deze site geeft een prachtig overzicht van alle schoolkolonies met zoveel mogelijk lijsten van kinderen. Jongens en meisjes werden meestal afzonderlijk gehuisvest.
Na wat zoeken vonden we alvast Elisa Lahaye terug! Ze staat op de lijst met kinderen van de schoolkolonie in Saint-Ouen (gemeente in het Franse departement Seine-Saint-Denis).
De kolonie in Saint-Ouen werd opgestart op 29 juni 1915. Elisa Lahaye is er samen met nog andere meisjes uit Avekapelle: Albrecht Maria, Devriendt Maria, Hooghe Rachel, Philips Madeleine, Popeye Pharaïlde, Travers Joséphine, Vermote Zénobie, Vrambout Georgine en Germaine. Voor Eggewaartskapelle staat er maar een meisje op de lijst, nl. Valery Torhoudt. Waarschijnlijk maakten ze samen deel uit van het zgn. vierde treinkonvooi dat in juni 1915 vanuit Veurne vertrok... (In juni 1915 werd Avekapelle zwaar gebombardeerd!).
De kinderen uit deze kolonie vluchten in 1918 wegens bombardementen op Parijs naar Fontenay-aux-Roses.
Maar waar was Camille? In Grandes Dalles vonden inderdaad heel wat West-Vlaamse jongens een onderkomen. Daar vonden we in de lijst uit Avekapelle: Deburghgrave Léon en Joseph, Thieren Achille en Henri, Baert René, Popeye Maurice en Romain, Morlion Marcel, Vermote Alberic en Demeulenaer Maurice. Niemand echter uit Eggewaartskapelle (of misschien Steenkerke)... We blijven verder zoeken dus... Het zou kunnen (familieherinnering) dat hij niet lang in deze schoolkolonie verbleef, maar in de buurt bij een boerenfamilie werd ondergebracht.
In de namenlijsten vonden we overigens ook geen enkele andere Boucneau terug... Nochtans woonden er in die periode nog andere familieleden met jonge kinderen in de Westhoek...
Mijn grootouders Camille Boucneau en Elisa Lahaye waren beiden 10 jaar oud toen in 1914 de oorlog uitbrak.
Over hun lot tijdens de Groote Oorlog weten we niet veel. Elisa woonde met haar ouders Karel Lahaye (1867-1941) en Sophie Bendel (1863-1938) in Avekapelle. Camille was een voorhuwelijks kind en werd opgevoed door zijn grootouders Benjamin Vantoortelboom (1851-1912) en Virginia Petit (1858-1930) en woonde dus bijna zeker in Eggewaartskapelle (misschien in Steenkerke).
Het enige wat we tot nu toe wisten was dat ook zij als kind tijdens de Groote Oorlog beiden in Frankrijk werden ondergebracht. "Grandalles!", dat was een van de plaatsen die we grootvader Camille ooit hadden horen vernoemen...
Tot nu toe was er over die oorlogskinderen weinig te vinden. Uiteraard veranderde dat met alle herdenkingen rond 1914-1918.
In het recente boek 'Veurne in de Grote Oorlog' van Jozef Ameeuw vonden we al meer informatie. Kinderen uit Avekapelle en Eggewaartskapelle zouden na bombardementen in 1915 vooral naar Cayeux, St.-Pair, St.-Ariën en Ste.-Marguerite zijn gebracht. Vanaf het voorjaar 1915 werden vanuit de Westhoek kinderen naar zgn. schoolkolonies in Frankrijk gebracht. Onder begeleiding van Vlaamse leerkrachten.
Onlangs vonden we dan een prachtige nieuwe website volledig gewijd aan het lot van de kinderen tijdens de Groote Oorlog: Exilium. Deze site geeft een prachtig overzicht van alle schoolkolonies met zoveel mogelijk lijsten van kinderen. Jongens en meisjes werden meestal afzonderlijk gehuisvest.
Na wat zoeken vonden we alvast Elisa Lahaye terug! Ze staat op de lijst met kinderen van de schoolkolonie in Saint-Ouen (gemeente in het Franse departement Seine-Saint-Denis).
![]() |
| Foto Schoolkolonie St.-Ouen (bron: https://oorlogskantschool.wordpress.com) |
De kinderen uit deze kolonie vluchten in 1918 wegens bombardementen op Parijs naar Fontenay-aux-Roses.
Maar waar was Camille? In Grandes Dalles vonden inderdaad heel wat West-Vlaamse jongens een onderkomen. Daar vonden we in de lijst uit Avekapelle: Deburghgrave Léon en Joseph, Thieren Achille en Henri, Baert René, Popeye Maurice en Romain, Morlion Marcel, Vermote Alberic en Demeulenaer Maurice. Niemand echter uit Eggewaartskapelle (of misschien Steenkerke)... We blijven verder zoeken dus... Het zou kunnen (familieherinnering) dat hij niet lang in deze schoolkolonie verbleef, maar in de buurt bij een boerenfamilie werd ondergebracht.
In de namenlijsten vonden we overigens ook geen enkele andere Boucneau terug... Nochtans woonden er in die periode nog andere familieleden met jonge kinderen in de Westhoek...
27 augustus 2015
Nog een Kapucijner pater!
Zoals je al kon lezen waren de laatste bekende afstammelingen van Maria Magdalena Boucneau in Oostende twee Kapucijner monniken. Onlangs vonden we tot onze verbazing in diezelfde database (en een boek over de Kapucijners) nog een zoon terug van Maria Magdalena Boucneau! Blijkbaar een zoon uit een eerste huwelijk (in 1721) van haar met Emmanuel Van der stricht!
Het gaat om pater Antonius, geboren in Oostende rond 1728 en gestorven in Oudenaarde op 15 mei 1765. Zijn inkleding in de orde vond plaats in Leuven op 28 april 1750. Hij werd priester gewijd in Gent op 22 december 1753 (woonde toen te Dendermonde). Hij was predikant en biechtvader.
Het aangepaste verhaal kan je nu lezen op onze (vernieuwde) website.
21 augustus 2015
Klok nummer vier!
Het klokkenverhaal (lees hier het volledige verhaal op onze website) kreeg onlangs nog een vervolg toen de heer Guillaume Vallet uit Lyon (Frankrijk) ons een foto doorstuurde van een wijzerplaat van een oude klok. Duidelijk van de hand van Joannes Matheus Boucneau!Ook deze klok is 'fecit in Ghyverinckhove', gemaakt in Gijverinkhove dus. En ook nu weer een beetje slordig (kijk naar de 've' van Ghyverinckhove!) en met de omgekeerde letters 'N'! De versiering bij de cijfers lijkt sterk op die bij de andere drie klokken.
Volgens de persoon die ons deze foto bezorgde is er echter een en ander aan de hand met deze wijzerplaat. Hij denkt dat de wijzerplaat misschien nooit deel heeft uitgemaakt van een klok. Volgens hem ontbreken de nodige gaten om de klok te kunnen opwinden. Zou het dus enkel een probeersel geweest zijn?
Een ander opvallend kenmerk zijn de twee bijkomende wijzerplaatjes (hulpwijzerplaatjes). Het ene geeft de weekdagen aan in het Nederlands (met een omgekeerd 'S' voor 'zaterdag'!). Het andere hulpwijzerplaatje geeft de dagen van de maanD, dachten we... We vonden het al eigenaardig dat dit maar 29 dagen telde...
Het bleken MAANdagen te zijn!
We konden opnieuw een beroep doen op de sympathieke hulp en expertise van Eddy Fraiture. Hij stuurde ons onderstaand erg interessante antwoord!
---
Hallo,
Vriendelijk dank voor de foto van de wijzerplaat. Ik heb ze eens grondig bekeken en er is hier heel wat merkwaardigs aan.
Vooreerst, dit is zeker een wijzerplaat van een staande klok. Hier zijn dus niet noodzakelijk opwindgaten in, men kan de gewichten gemakkelijk en evengoed met de hand optrekken.
Ik kan me niet voorstellen dat dit een probeersel is. Materiaal was duur in die tijd (zeker messing en tin) en men maakte een staande klok enkel op bestelling. Men moest alle raderen, rondsels en assen zelf maken. Dat probeert men niet even...
Dus ik denk dat dit een gebruikte wijzerplaat is uit een staande klok.
De wijzerplaat lijkt mij authentiek en er schijnt niets aan toegevoegd of weggelaten (natuurlijk uurwerk en wijzers wel).
Alweer is het geheel wat slordig (zeker het adresplaatje waar duidelijk te weinig plaats was om ‘Ghyverinchove’ op een lijn te zetten, maar ook ‘Joannes’ en ‘Boucneau’ zitten wat te dicht bij elkaar terwijl er boven met ‘Fecit in’ genoeg plaats was.
Dezelfde slordigheid zien we bij het bevestigen van de twee hulpwijzerplaatjes: de gaten zijn niet symmetrisch geboord en de hechtingen zijn als gevolg ook niet identiek bevestigd. Voor de werking maakt dit echter geen verschil.
Over die twee wijzerplaatjes is meer te zeggen. Zeldzaam (eigenlijk nooit) worden die naast elkaar en bovenaan geplaatst.
Rechts zien we de afkortingen van de dagen van de week in het Nederlands, maar de linkerwijzerplaat zijn niet de dagen van de maand maar de maandagen. Een maanomgang (in horlogerie noemt men dat de maanfasen) duurt 29 dagen ¾. Dat is hier het geval. (Later werd dat ook aangeduid met de maan met ‘menselijk aangezicht’ te tonen). Waarom deze complicatie? Als men ’s nachts of ’s avonds reisde kon men tijdens volle maan wat zien. De mensen konden dus berekenen wanneer de tijd gunstig was om ’s nachts te reizen…..
Linksonder de linker wijzerplaat zie je een soort ‘knop’. Het was een steun van een as voor het mechanisme van de maanfasen.
Het zou heel erg interessant zijn het uurwerk zelf te zien want deze opstelling zag ik in een ‘gewone’ Vlaamse staande klok nog nooit.
Dit is een uiterst zeldzame wijzerplaat. Misschien was Joannes wat slordig, maar van klokkenmaken wist hij wel wat af.
Met vriendelijke groeten,
Eddy Fraiture
Uurwerkhistoricus
---
Het verhaal van de MAANdagen is erg interessant. We kunnen ons vandaag immers moeilijk een samenleving voorstellen zonder straatverlichting!
Meer en meer blijkt Joannes Boucneau een degelijk klokkenmaker te zijn die ook complexe klokken kon maken. Zijn afwerking was wat slordig, maar misschien was hij niet erg geletterd ... of zouden wij nu zeggen dat hij leed aan dyslexie?
In elk geval: dit is dus klok/wijzerplaat nummer 4! Hopelijk volgen er nog!
25 juni 2015
Een schilderijtje van Cockington door Victor Boucneau
Painting of Cockington by Victor Boucneau
Jim Trewin vond onlangs op Ebay een mooi schilderwerkje (aquarel) met een zicht op enkele oude huizen in het Engelse dorp Cockington. Tot zijn grote verbazing was het van de hand van Victor Boucneau!
Victor Boucneau (foto's) is een van die Engelse Boucneau's, afstammelingen van een marmerhandelaar uit Rance. Victor was tijdens zijn actieve carrière marmerhandelaar en beeldhouwer in Londen. Hij verhuisde later (waarschijnlijk al voor 1911) naar Paignton in Devon. Meer verhalen over hem kan je lezen op onze website.
Het schilderijtje is wel erg leuk. Het werd blijkbaar geschilderd in 1913. Victor was dan 57 jaar. Het is een zicht op enkele typische huizen in het centrum van het dorpje Cockington dat blijkbaar erg bekend is.
Het schilderijtje geeft perfect weer wat er ook op oude postkaarten te zien is en ook vandaag bestaan deze typische huisjes blijkbaar nog.
Cockington ligt tussen Paignton en Torquay. Vlak in de buurt dus van waar Victor woonde tot aan zijn dood in 1934.
(English version)
Recently, Jim Trewin found on Ebay a beautiful watercolour painting showing a view on some old houses in the English village of Cockington. To his surprise it was painted by Victor Boucneau!
Victor Boucneau (pictures) is one of those English Boucneau, descendants of a marble merchant Rance. During his active carreer, Victor was marble trader and sculptor in London. Later on he moved (probably before 1911) to Paignton in Devon. More stories about him you can find on our website.
The painting is very nice. It was painted in 1913. Victor was then 57 years. It is a sighting of some typical houses in the center of the village of Cockington which is a very well known old village near Torquay.
The painting resembles almost perfect at old postcards and even today these typical houses apparently still exist .
Cockington is between Paignton and Torquay. Close to where Victor lived until his death in 1934.
Meer info:
https://en.wikipedia.org/wiki/Cockington
http://www.torquay.com/attractions/cockington-village-nr-torquay
https://www.countryside-trust.org.uk/cockington/things-to-do/cockington-village
http://www.torbay.gov.uk/caringforcockington.pdf
Victor Boucneau (foto's) is een van die Engelse Boucneau's, afstammelingen van een marmerhandelaar uit Rance. Victor was tijdens zijn actieve carrière marmerhandelaar en beeldhouwer in Londen. Hij verhuisde later (waarschijnlijk al voor 1911) naar Paignton in Devon. Meer verhalen over hem kan je lezen op onze website.
Het schilderijtje is wel erg leuk. Het werd blijkbaar geschilderd in 1913. Victor was dan 57 jaar. Het is een zicht op enkele typische huizen in het centrum van het dorpje Cockington dat blijkbaar erg bekend is.
Het schilderijtje geeft perfect weer wat er ook op oude postkaarten te zien is en ook vandaag bestaan deze typische huisjes blijkbaar nog.
Cockington ligt tussen Paignton en Torquay. Vlak in de buurt dus van waar Victor woonde tot aan zijn dood in 1934.
(English version)
Recently, Jim Trewin found on Ebay a beautiful watercolour painting showing a view on some old houses in the English village of Cockington. To his surprise it was painted by Victor Boucneau!
Victor Boucneau (pictures) is one of those English Boucneau, descendants of a marble merchant Rance. During his active carreer, Victor was marble trader and sculptor in London. Later on he moved (probably before 1911) to Paignton in Devon. More stories about him you can find on our website.
The painting is very nice. It was painted in 1913. Victor was then 57 years. It is a sighting of some typical houses in the center of the village of Cockington which is a very well known old village near Torquay.
The painting resembles almost perfect at old postcards and even today these typical houses apparently still exist .
Cockington is between Paignton and Torquay. Close to where Victor lived until his death in 1934.
Meer info:
https://en.wikipedia.org/wiki/Cockington
http://www.torquay.com/attractions/cockington-village-nr-torquay
https://www.countryside-trust.org.uk/cockington/things-to-do/cockington-village
http://www.torbay.gov.uk/caringforcockington.pdf
19 juni 2015
Cornelius Johannes Boucneau stierf in Godshuis Clep
Mijn 'oud-ouder' (de grootvader van mijn overgrootvader) is Cornelius Johannes Boucneau, geboren in in 1797 in Leisele. In de overlijdensakte van Cornelius kan je lezen dat hij in 1886 stierf in Hoogstade in het Godshuis Clep. Na wat zoeken vonden we dat dit de naam is van het voormalige rusthuis van Hoogstade (Alveringem). Ene Joseph Clep was de 'weldoener' die betaalde voor de oprichting ervan en die graag zijn naam gaf aan dit 'Burgerlijk Godshuis'.
Het is enigszins verwonderlijk dat ook al in die tijd op het platte land rusthuizen bestonden voor 'ouden van dagen' en nog meer dat één van mijn voorouders er in het jaar 1885 werd opgenomen. Cornelius was op dat ogenblik dan ook écht oud: 88 jaar. De gemiddelde levensverwachting in 1885 was immers nog geen 45 jaar (een interessante grafiek hierover vonden we op de website van de federale overheid)!
Op het moment dat hij in het rusthuis terecht komt, heeft Cornelius nog een ongetrouwde dochter Norbertine en woont hij waarschijnlijk (samen mét zijn ongetrouwde dochter) bij zijn zoon Franciscus Boucneau in Sint-Rijkers. Franciscus is op het ogenblik dat zijn vader naar het rusthuis gaat 49 jaar. Cornelius overlijdt er anderhalf jaar later op 22 december 1886.
Dankzij de heer Steve Lansens, OCMW-secretaris van Alveringem, beschikken we nu over de prachtige bewijsstukken van het verblijf van Cornelius in het Godshuis Clep.
De geschiedenis van het rusthuis en van zijn oprichter Winoc Joseph Placide Clep kan je lezen op de website van het OCMW van de gemeente Alveringem. Godshuis Clep werd gebouwd van 1873 tot 1876. Joseph Clep bepaalde in zijn schenkingsakte zelf hoe het gebouw er moet uitzien: "Al de gebouwen zeer ruim, de verdiepen verheven, bevattende allen wenselijke gerieflijkheden, voor een wel en luchtig gesticht, altijd goed onderhouden met de grootste netheid. Al de gebouwen een fraaien samenhang uitmakend en geplaatst op een wat verheven grond, opdat de kelderingen altijd van water zouden bevrijd wezen."
Joseph Clep was dan ook niet de eerste de beste. Hij werd geboren te Herzele (Wormhout) in Noord-Frankrijk in 1785. Tijdens de Franse periode, in 1804, is procureur hij bij het tribunaal van eerste aanleg te Veurne en heeft zijn buitenverblijf in Alveringem. Vervolgens werd hij, na de Belgische onafhankelijkheid, achtereenvolgens notarisklerk, advocaat en notaris in Alveringem en Veurne. Hij werd ook nog provincieraadslid, lid van de Bestendige Deputatie en Belgisch volksvertegenwoordiger. Hij stierf in 1871.
Het rusthuis werd vanaf 1876 beheerd door de Zusters van liefde van Kortemark tot in 1963. Daarna werd het gemoderniseerd en uitgebaat door het OCMW. Tijdens Wereldoorlog 1 was het een soldatenhospitaal. In oktober 2013 sloot het definitief zijn deuren en verhuisden de bewoners naar een nieuw woonzorgcentrum 't Hoge in Alveringem. Even stond het oude rusthuis Clep te koop, maar sinds september 2014 is er ‘De Passage’ gevestigd, een project voor de opvang van dak- en thuislozen in de regio.
Info:
- http://www.alveringem.be/sociaal-huis/wzc-t-hoge/historiek-rustoord-clep
Het is enigszins verwonderlijk dat ook al in die tijd op het platte land rusthuizen bestonden voor 'ouden van dagen' en nog meer dat één van mijn voorouders er in het jaar 1885 werd opgenomen. Cornelius was op dat ogenblik dan ook écht oud: 88 jaar. De gemiddelde levensverwachting in 1885 was immers nog geen 45 jaar (een interessante grafiek hierover vonden we op de website van de federale overheid)!Op het moment dat hij in het rusthuis terecht komt, heeft Cornelius nog een ongetrouwde dochter Norbertine en woont hij waarschijnlijk (samen mét zijn ongetrouwde dochter) bij zijn zoon Franciscus Boucneau in Sint-Rijkers. Franciscus is op het ogenblik dat zijn vader naar het rusthuis gaat 49 jaar. Cornelius overlijdt er anderhalf jaar later op 22 december 1886.
Dankzij de heer Steve Lansens, OCMW-secretaris van Alveringem, beschikken we nu over de prachtige bewijsstukken van het verblijf van Cornelius in het Godshuis Clep.
![]() |
| oud register van het rusthuis Clep, Cornelius is nummer 87. (klik op de afbeelding voor een leesbaar formaat) |
De geschiedenis van het rusthuis en van zijn oprichter Winoc Joseph Placide Clep kan je lezen op de website van het OCMW van de gemeente Alveringem. Godshuis Clep werd gebouwd van 1873 tot 1876. Joseph Clep bepaalde in zijn schenkingsakte zelf hoe het gebouw er moet uitzien: "Al de gebouwen zeer ruim, de verdiepen verheven, bevattende allen wenselijke gerieflijkheden, voor een wel en luchtig gesticht, altijd goed onderhouden met de grootste netheid. Al de gebouwen een fraaien samenhang uitmakend en geplaatst op een wat verheven grond, opdat de kelderingen altijd van water zouden bevrijd wezen."
Joseph Clep was dan ook niet de eerste de beste. Hij werd geboren te Herzele (Wormhout) in Noord-Frankrijk in 1785. Tijdens de Franse periode, in 1804, is procureur hij bij het tribunaal van eerste aanleg te Veurne en heeft zijn buitenverblijf in Alveringem. Vervolgens werd hij, na de Belgische onafhankelijkheid, achtereenvolgens notarisklerk, advocaat en notaris in Alveringem en Veurne. Hij werd ook nog provincieraadslid, lid van de Bestendige Deputatie en Belgisch volksvertegenwoordiger. Hij stierf in 1871.
Het rusthuis werd vanaf 1876 beheerd door de Zusters van liefde van Kortemark tot in 1963. Daarna werd het gemoderniseerd en uitgebaat door het OCMW. Tijdens Wereldoorlog 1 was het een soldatenhospitaal. In oktober 2013 sloot het definitief zijn deuren en verhuisden de bewoners naar een nieuw woonzorgcentrum 't Hoge in Alveringem. Even stond het oude rusthuis Clep te koop, maar sinds september 2014 is er ‘De Passage’ gevestigd, een project voor de opvang van dak- en thuislozen in de regio.
Info:
- http://www.alveringem.be/sociaal-huis/wzc-t-hoge/historiek-rustoord-clep
Nog steeds op zoek naar Carla Boucneau...
Carla Boucneau blijft een raadsel. Was ze Belgische of was ze een Française? We weten het nog steeds niet.
Tijdens Wereldoorlog II woonde ze blijkbaar in Duitsland. Hierover lees je meer op onze website. Het is een speciaal verhaal waarin ze vernoemd wordt... Maar voorlopig loopt dit spoor dood.
Een tijdje geleden vonden we op Google een verwijzing naar diezelfde Carla Boucneau in een boek over een Duits schilder, Wollheim. Blijkbaar zou deze haar geschilderd hebben. Het schilderij heeft als titel 'Früchte' met de vermelding dat het in 1928 geschilderd werd en bovendien staat er 'Porträt Carla Boucneau, geb. Berger'. Haar echte familienaam is dus blijkbaar Berger! We stuurden een mailtje naar een van de auteurs van dit boek, maar kregen jammer genoeg geen reactie.
Gert Heinrich Wollheim viel als Duits schilder niet in de smaak van de nazi's. Reeds in 1933 vluchtte hij naar Parijs. Tijdens de oorlog zat hij gevangen in Franse kampen. In 1947 emigreerde hij naar de VS. Misschien is zijn politieke achtergrond wel de link met Carla Boucneau-Berger.
Onlangs vonden we op de Duitse veilingsite Lempertz tot onze verbazing het schilderij terug. Het werd in mei 2014 geveild voor 5490 euro! Op de website staat ook de afbeelding van het bewuste schilderij 'Früchte', met Carla Berger (Boucneau)! In 2018 werd het werk opnieuw verkocht. Ditmaal bij Karl&Faber, voor 6300 euro.
Jammer genoeg weten we nog steeds niet wie deze Carla Boucneau-Berger in feite is en met welke Boucneau ze dan wel gehuwd was...
Carla 'Boucneau' blijft dus nog steeds een raadsel, maar we hebben nu wel een mooi beeld van haar!
Meer info:
- https://de.wikipedia.org/wiki/Gert_Heinrich_Wollheim
- https://en.wikipedia.org/wiki/Gert_Heinrich_Wollheim
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Unie_van_Internationale_Progressieve_Kunstenaars
Tijdens Wereldoorlog II woonde ze blijkbaar in Duitsland. Hierover lees je meer op onze website. Het is een speciaal verhaal waarin ze vernoemd wordt... Maar voorlopig loopt dit spoor dood.
Een tijdje geleden vonden we op Google een verwijzing naar diezelfde Carla Boucneau in een boek over een Duits schilder, Wollheim. Blijkbaar zou deze haar geschilderd hebben. Het schilderij heeft als titel 'Früchte' met de vermelding dat het in 1928 geschilderd werd en bovendien staat er 'Porträt Carla Boucneau, geb. Berger'. Haar echte familienaam is dus blijkbaar Berger! We stuurden een mailtje naar een van de auteurs van dit boek, maar kregen jammer genoeg geen reactie. Gert Heinrich Wollheim viel als Duits schilder niet in de smaak van de nazi's. Reeds in 1933 vluchtte hij naar Parijs. Tijdens de oorlog zat hij gevangen in Franse kampen. In 1947 emigreerde hij naar de VS. Misschien is zijn politieke achtergrond wel de link met Carla Boucneau-Berger.
Onlangs vonden we op de Duitse veilingsite Lempertz tot onze verbazing het schilderij terug. Het werd in mei 2014 geveild voor 5490 euro! Op de website staat ook de afbeelding van het bewuste schilderij 'Früchte', met Carla Berger (Boucneau)! In 2018 werd het werk opnieuw verkocht. Ditmaal bij Karl&Faber, voor 6300 euro.
Jammer genoeg weten we nog steeds niet wie deze Carla Boucneau-Berger in feite is en met welke Boucneau ze dan wel gehuwd was...
Carla 'Boucneau' blijft dus nog steeds een raadsel, maar we hebben nu wel een mooi beeld van haar!
Meer info:
- https://de.wikipedia.org/wiki/Gert_Heinrich_Wollheim
- https://en.wikipedia.org/wiki/Gert_Heinrich_Wollheim
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Unie_van_Internationale_Progressieve_Kunstenaars
02 januari 2015
Marmer van François Boucneau voor Huis José Ciamberlani in Elsene
Onlangs vond ik op de website van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis nog een mooie illustratie van het belang van de marmerindustrie van de familie Boucneau uit Rance en meer bepaald van François Boucneau die in Brussel als marmerhandelaar actief was.
In de archieven van het Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis bevindt zich blijkbaar een offerte van François Boucneau van april 1901 voor de levering van marmer voor het zgn. 'Huis José Ciamberlani' in Elsene (Brussel).
Het is een bekend geklasseerd gebouw van architect Paul Hankar uit 1900, dat gelegen is in de Paul Emile Jansonstraat 23-25. Het werd gebouwd in opdracht van José Ciamberlani, broer van schilder Albert Ciamberlani, van wie het huis ook beschermd is en een gemeenschappelijke tuin heeft met dat van zijn broer.
Allicht had François Boucneau erg goede relaties met heel wat vooraanstaande architecten die in Brussel in die periode actief waren en leverde hij marmerproducten van erg hoge kwaliteit.
Zo wisten we al dat hij marmer leverde voor de woning Hotel Solvay van architect Horta!
(version français)
Récemment, j'ai trouvé sur le site des Musées royaux d'Art et d'Histoire une belle illustration de l'importance de l'industrie du marbre de la famille Boucneau de Rance et en particulier de François Boucneau qui a été actif à Bruxelles en tant que commerçant de marbre.
Dans les archives des Musées royaux d'Art et d'Histoire est apparemment un devis de François Boucneau d'Avril 1901 la fourniture de marbre pour l'Hôtel José Ciamberlani à Ixelles (Bruxelles).
C'est un bâtiment bien connu, de style Art nouveau, conçu par l'architecte Paul Hankar en 1900, situé dans le rue Paul Emile Janson 23-25. Il a été construit pour José Ciamberlani, frère du peintre Albert Ciamberlani, dont la maison est protégée aussi et dispose d'un jardin commun avec celle de son frère.
François Boucneau avait probablement de très bonnes relations avec de nombreux architectes principaux qui étaient actifs à ce moment à Bruxelles et il n'a donné de produits en marbre de très haute qualité.
Nous savions déjà qu'il fourni aussi le marbre pour la maison Hôtel Solvay de l'architecte Horta!
Bronnen:
- http://www.irismonument.be/nl.Elsene.Paul_Emile_Jansonstraat.23.html
- http://www.irismonument.be/nl.Elsene.Defacqzstraat.48.html
In de archieven van het Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis bevindt zich blijkbaar een offerte van François Boucneau van april 1901 voor de levering van marmer voor het zgn. 'Huis José Ciamberlani' in Elsene (Brussel).
![]() |
| bron: KMKG |
Allicht had François Boucneau erg goede relaties met heel wat vooraanstaande architecten die in Brussel in die periode actief waren en leverde hij marmerproducten van erg hoge kwaliteit.
Zo wisten we al dat hij marmer leverde voor de woning Hotel Solvay van architect Horta!
(version français)
Récemment, j'ai trouvé sur le site des Musées royaux d'Art et d'Histoire une belle illustration de l'importance de l'industrie du marbre de la famille Boucneau de Rance et en particulier de François Boucneau qui a été actif à Bruxelles en tant que commerçant de marbre.
Dans les archives des Musées royaux d'Art et d'Histoire est apparemment un devis de François Boucneau d'Avril 1901 la fourniture de marbre pour l'Hôtel José Ciamberlani à Ixelles (Bruxelles).
C'est un bâtiment bien connu, de style Art nouveau, conçu par l'architecte Paul Hankar en 1900, situé dans le rue Paul Emile Janson 23-25. Il a été construit pour José Ciamberlani, frère du peintre Albert Ciamberlani, dont la maison est protégée aussi et dispose d'un jardin commun avec celle de son frère.
François Boucneau avait probablement de très bonnes relations avec de nombreux architectes principaux qui étaient actifs à ce moment à Bruxelles et il n'a donné de produits en marbre de très haute qualité.
Nous savions déjà qu'il fourni aussi le marbre pour la maison Hôtel Solvay de l'architecte Horta!
Bronnen:
- http://www.irismonument.be/nl.Elsene.Paul_Emile_Jansonstraat.23.html
- http://www.irismonument.be/nl.Elsene.Defacqzstraat.48.html
07 augustus 2013
Een klok geschonken door Jean Jacques Boucneau uit Rance!
In het klokkenmuseum van Tellin (provincie Luxemburg) vond Jacques Lamoret, ondervoorzitter van het marmermuseum in Rance, onlangs een klok die werd gegoten in opdracht van Jean Jacques Boucneau en zijn echtgenote Anne Marie Lemaire.
Jean Jacques Boucneau (°15 maart 1714) was een van de belangrijke producenten en handelaars van het bekende rode marmer uit Rance. Zijn eerste echtgenote, Marie Durieux, stierf in 1740. Anne Marie Lemaire was zijn tweede echtgenote. Volgens de informatie van Jacques Lamoret werd een van zijn zonen priester (in Olloy-sr-Viroin), een dochter, Catherine, trad in het klooster als 'soeur Victoire' bij de sepulchrijnen (de orde van het Heilig Graf) in Charleville. Een erg religieuse familie dus...
Jean Jacques werd ook burgemeester in Rance. De periode is ons momenteel nog onbekend.
Op de klok staat de opdracht genoteerd en de naam van de klokkegieter: "Jean Jacques Boucneau et Anne Marie Lemaire son épouse y appelle la jeunesse et la manufacture de marbre à Rance 1768 (1769?). Fait à Lille par Urbain"
De klok werd dus gegoten in opdracht van Jean Jacques en zijn echtgenote. Blijkbaar kreeg ze een naam mee 'la jeunesse et la manufacture de marbre à Rance'. Vrij vertaald: ter ere van de jeugd en de marmerindustie van Rance.
Lille (Rijsel) was in die tijd een stad met veel klokkegieters. Urbain is blijkbaar eerder onbekend als producent van klokken... (zie website Tchorski).
Zou het kunnen dat de klok voor de kerk van Rance bestemd was in de periode dat Jean Jacques burgemeester was? Het is niet ongewoon dat notabelen meter of peter (en sponsor!) van een nieuwe kerkklok waren...
Meer info:
- Website Tchorski, pagina over klokkemuseum Tellin
- Vlaamse Beiaardvereniging
Jean Jacques Boucneau (°15 maart 1714) was een van de belangrijke producenten en handelaars van het bekende rode marmer uit Rance. Zijn eerste echtgenote, Marie Durieux, stierf in 1740. Anne Marie Lemaire was zijn tweede echtgenote. Volgens de informatie van Jacques Lamoret werd een van zijn zonen priester (in Olloy-sr-Viroin), een dochter, Catherine, trad in het klooster als 'soeur Victoire' bij de sepulchrijnen (de orde van het Heilig Graf) in Charleville. Een erg religieuse familie dus...
Jean Jacques werd ook burgemeester in Rance. De periode is ons momenteel nog onbekend.
Op de klok staat de opdracht genoteerd en de naam van de klokkegieter: "Jean Jacques Boucneau et Anne Marie Lemaire son épouse y appelle la jeunesse et la manufacture de marbre à Rance 1768 (1769?). Fait à Lille par Urbain"
De klok werd dus gegoten in opdracht van Jean Jacques en zijn echtgenote. Blijkbaar kreeg ze een naam mee 'la jeunesse et la manufacture de marbre à Rance'. Vrij vertaald: ter ere van de jeugd en de marmerindustie van Rance.
Lille (Rijsel) was in die tijd een stad met veel klokkegieters. Urbain is blijkbaar eerder onbekend als producent van klokken... (zie website Tchorski).
Zou het kunnen dat de klok voor de kerk van Rance bestemd was in de periode dat Jean Jacques burgemeester was? Het is niet ongewoon dat notabelen meter of peter (en sponsor!) van een nieuwe kerkklok waren...
Meer info:
- Website Tchorski, pagina over klokkemuseum Tellin
- Vlaamse Beiaardvereniging
Een familie van marberbewerkers uit Rance
Enkele maanden geleden publiceerde de Société d'Histoire Régional de Rance (nauw verbonden met het marmermuseum in Rance) in haar tijdschrift een uitgebreid artikel over de familie Boucneau uit Rance.
Zoals we weten waren deze Boucneau's (voor zover we tot nu toe konden nagaan, geen rechtstreekse familie van de Vlaamse Boucneau's) van generatie op generatie marmerbewerkers. De bijdrage werd geschreven door Jacques Lamoret, directeur van het marmermuseum in Rance. Het artikel geeft een mooi overzicht van het belang de de familie Boucneau in Rance en omgeving, vooral in de 18de en 19de eeuw.
In het artikel lazen we heel wat nieuwe interessante feiten en wetenswaardigheden over de Boucneau's, hun rol en activiteiten.
Gebaseerd op de informatie van onze opzoekingen en onze website vertelt het artikel ook over de afstammelingen in Engeland en Amerika van Adolphe Boucneau, geboren in Rance.
Zoals we weten waren deze Boucneau's (voor zover we tot nu toe konden nagaan, geen rechtstreekse familie van de Vlaamse Boucneau's) van generatie op generatie marmerbewerkers. De bijdrage werd geschreven door Jacques Lamoret, directeur van het marmermuseum in Rance. Het artikel geeft een mooi overzicht van het belang de de familie Boucneau in Rance en omgeving, vooral in de 18de en 19de eeuw.
In het artikel lazen we heel wat nieuwe interessante feiten en wetenswaardigheden over de Boucneau's, hun rol en activiteiten.
Gebaseerd op de informatie van onze opzoekingen en onze website vertelt het artikel ook over de afstammelingen in Engeland en Amerika van Adolphe Boucneau, geboren in Rance.
11 februari 2013
Parochieregisters on-line en meteen een eigenaardige vondst!
Sinds kort staan er heel wat parochieregisters en registers van de burgerlijke stand online op de website van het Belgische Rijksarchief. Mooi is dat al deze registers opnieuw werden ingescand en de kwaliteit dus enorm veel beter is dan de microfilms die je tot nu toe kon (kan) bekijken in het Rijksarchief.
We gingen meteen op zoek naar onze belangrijkste feiten en kwamen daarbij tot een eigenaardige vaststelling. De scan van de acte uit het parochieregister van het eerste huwelijk van Stephanus Boucneau in Avekapelle (onze oudste Vlaamse voorouder) zag er anders uit dan de kopie die we destijds maakten van het beeld op de microfilm. Vergelijk de beide afbeeldingen!
De nieuwe scan:
De oude scan (die ook al op onze website stond):
De tekst is (ongeveer) dezelfde, maar het gaat duidelijk om een ander document en een ander handschrift zelfs! Zou het kunnen dat er een kopie van dit parochieregister bestaat en dat we de ene keer het origineel hebben geraadpleegd en de andere keer de kopie? Voorlopig zou ik geen andere verklaring kunnen geven...
Met de hulp van mede-genealogen van de Yahoo-group 'West-Vlaanderen' werd ook duidelijk dat we oorspronkelijk de datum fout hebben 'vertaald'. In het 'oude' stuk staat 'duadecima' of 12. In het nieuwe staat er dus niet '17', maar '12' februari. Allicht hebben we de oorspronkelijke datum uit een 'tafel' waarin een overzicht van de huwelijken stond opgesomd...
We gingen meteen op zoek naar onze belangrijkste feiten en kwamen daarbij tot een eigenaardige vaststelling. De scan van de acte uit het parochieregister van het eerste huwelijk van Stephanus Boucneau in Avekapelle (onze oudste Vlaamse voorouder) zag er anders uit dan de kopie die we destijds maakten van het beeld op de microfilm. Vergelijk de beide afbeeldingen!
De nieuwe scan:
De oude scan (die ook al op onze website stond):
De tekst is (ongeveer) dezelfde, maar het gaat duidelijk om een ander document en een ander handschrift zelfs! Zou het kunnen dat er een kopie van dit parochieregister bestaat en dat we de ene keer het origineel hebben geraadpleegd en de andere keer de kopie? Voorlopig zou ik geen andere verklaring kunnen geven...
Met de hulp van mede-genealogen van de Yahoo-group 'West-Vlaanderen' werd ook duidelijk dat we oorspronkelijk de datum fout hebben 'vertaald'. In het 'oude' stuk staat 'duadecima' of 12. In het nieuwe staat er dus niet '17', maar '12' februari. Allicht hebben we de oorspronkelijke datum uit een 'tafel' waarin een overzicht van de huwelijken stond opgesomd...
08 april 2012
Ernest Boucneau in de Amerikaanse volkstelling van 1940
Ernest Boucneau in the 1940 census!
Sinds enkele weken kan je on-line de Amerikaanse volkstelling van 1940 raadplegen. Er zijn wel nog geen indexen gemaakt. Je moet dus op basis van wat eigen informatie op zoek.
Uit het overlijdensbezicht van Ernest in Canon City wisten we waar ze woonden en zo konden we het gezin vrij snel terug vinden in de volkstelling. Hun beide kinderen Robert en Dora wonen blijkbaar al niet meer thuis. Dora is op dat moment al getrouwd en Robert is waarschijnlijk soldaat. Als beroep staat voor Ernest vermeld: 'Chemist, Zink Mill'. (Klik op de afbeelding voor een leesbaar document).
For some weeks, your can consult the U.S. Census of 1940 on-line. There are still no indexes made. So you need to use your own information when seeking. So we easily found Ernest Boucneau and his wife in the census. Their two children Robert and Dora apparently no longer live at home. Dora is married at that moment and Robert is probably soldier.
For some weeks, your can consult the U.S. Census of 1940 on-line. There are still no indexes made. So you need to use your own information when seeking. So we easily found Ernest Boucneau and his wife in the census. Their two children Robert and Dora apparently no longer live at home. Dora is married at that moment and Robert is probably soldier.
15 maart 2012
Het overlijden van Ernest Boucneau in Canon City -
The dead of Ernest Boucneau in Canon City
A few weeks ago we went looking for more information about the family Boucneau in Canon City. From the U.S. census, we know that Ernest Boucneau and his wife Violet lived in Canon City in 1920. We found Becky Jamison who is a trainer at the Canon City Family History Center. She went looking and found very interesting information. Finally we know now when Ernest died: April 7, 1944!
Becky sent us a photo of the grave of Ernest and Violet! Fantastic! She promised to sent us more!
Een aantal weken geleden gingen we op zoek naar meer informatie over de familie Boucneau in Canon City. Uit de Amerikaanse volkstelling weten we dat Ernest Boucneau en zijn vrouw Violet daar woonden in 1920. We kwamen terecht bij Becky Jamison. Ze ging voor ons op zoek en vond heel interessante informatie. Eindelijk weten we nu wanneer Ernest overleed: 7 april 1944! Becky stuurde ons ook een foto van het graf van Ernest en Violet! Fantastisch!
Dit is zijn overlijdensbericht in de lokale krant: *************************************************************************************************
E. V. Boucneau, Empire Zinc Chemist, Dies
Ernest V. Boucneau, 56, for 29 years chemist and assayer of the Canon City plant of the Empire Zinc company, died at a local hospital at 7 o'clock Friday evening three weeks after being taken sick with heart and kidney trouble.
He entered the hospital at that time, appeared to gain strength for a few days only to become more seriously ill. Little hope had been held for his recovery since the first of the week.
Mr. Boucneau was the second official of the zinc company to die here this week. Wednesday evening his superior Raymond L. Jones, superintendent, died following an emergency operation.
A native of London, England, where he was born on February 3, 1888, he had lived on the North American continent from the time he was 12 years of age. He first resided in Mexico, where his father was in business, and then later moved to El Paso, Texas, in 1910.
He attended Texas School of Mines and New Mexico School of Mines, majoring in chemical engineering.
Upon his graduation, Mr. Boucneau joined the Chino Copper company as chemist for the Santa Rita, N. M. plant and mine. It was there that he met Mrs. Boucneau, a nurse with the company. They were married in 1913.
The Boucneaus two years later moved to Canon City, Mr. Boucneau joining the laboratory staff of the Empire Zinc company here. In the succeeding 29 years he had been assayer and chemist, much of that time chief of the department.
He was a devout member of Christ Episcopal church and had served on the vestry for several terms. He had served as church treasurer for the past eight years. Mr. Boucneau was also a member of the Canon City Elks lodge.
Surviving are his wife, Mrs. Violet Boucneau; a daughter, Mrs. Dora b. Brown of Canon City; a son, Pfc. Robert Boucneau, probably stationed in England; a sister living in England and two grandsons, Robbie and Jackie Brown of Canon City.
The family home for many years had been at 507 Hazel Avenue.
Funeral services will be held at Christ Church at 10 o'clock Monday morning with the Rev. Robert M. Redenbaugh, rector, officiating. Interment will be made in Lakeside cemetery by the Holt mortuary.
*************************************************************************************************
Canon City Daily Record, Saturday, April 8, 1944
Een aantal weken geleden gingen we op zoek naar meer informatie over de familie Boucneau in Canon City. Uit de Amerikaanse volkstelling weten we dat Ernest Boucneau en zijn vrouw Violet daar woonden in 1920. We kwamen terecht bij Becky Jamison. Ze ging voor ons op zoek en vond heel interessante informatie. Eindelijk weten we nu wanneer Ernest overleed: 7 april 1944! Becky stuurde ons ook een foto van het graf van Ernest en Violet! Fantastisch!
Dit is zijn overlijdensbericht in de lokale krant: *************************************************************************************************
E. V. Boucneau, Empire Zinc Chemist, Dies
Ernest V. Boucneau, 56, for 29 years chemist and assayer of the Canon City plant of the Empire Zinc company, died at a local hospital at 7 o'clock Friday evening three weeks after being taken sick with heart and kidney trouble.
He entered the hospital at that time, appeared to gain strength for a few days only to become more seriously ill. Little hope had been held for his recovery since the first of the week.
Mr. Boucneau was the second official of the zinc company to die here this week. Wednesday evening his superior Raymond L. Jones, superintendent, died following an emergency operation.
A native of London, England, where he was born on February 3, 1888, he had lived on the North American continent from the time he was 12 years of age. He first resided in Mexico, where his father was in business, and then later moved to El Paso, Texas, in 1910.
He attended Texas School of Mines and New Mexico School of Mines, majoring in chemical engineering.
Upon his graduation, Mr. Boucneau joined the Chino Copper company as chemist for the Santa Rita, N. M. plant and mine. It was there that he met Mrs. Boucneau, a nurse with the company. They were married in 1913.
The Boucneaus two years later moved to Canon City, Mr. Boucneau joining the laboratory staff of the Empire Zinc company here. In the succeeding 29 years he had been assayer and chemist, much of that time chief of the department.
He was a devout member of Christ Episcopal church and had served on the vestry for several terms. He had served as church treasurer for the past eight years. Mr. Boucneau was also a member of the Canon City Elks lodge.
Surviving are his wife, Mrs. Violet Boucneau; a daughter, Mrs. Dora b. Brown of Canon City; a son, Pfc. Robert Boucneau, probably stationed in England; a sister living in England and two grandsons, Robbie and Jackie Brown of Canon City.
The family home for many years had been at 507 Hazel Avenue.
Funeral services will be held at Christ Church at 10 o'clock Monday morning with the Rev. Robert M. Redenbaugh, rector, officiating. Interment will be made in Lakeside cemetery by the Holt mortuary.
*************************************************************************************************
Canon City Daily Record, Saturday, April 8, 1944
10 februari 2012
Ernest Boucneau was 'chemist' in een 'zincmill'!
Ook in de volkstelling van 1930 wonen ze blijkbaar nog in Canon City. Ernest kwam in 1898 met zijn moeder Kate naar Amerika, allicht na de dood van zijn vader.
![]() |
| Zinkfabriek, Canon City |
In 1920 staat als beroep voor Ernest 'chemist' vermeld en als werkgever 'zincmill'.
Rond de jaren 1920 was er blijkbaar een bloeiende zinkindustrie in Colorado. De mijnen leverden goed zinkerts en de bedrijven investeerden in de regio op heel wat plaatsen in een zinkoven of een zinkoxidefabriek. Aan het eind van de jaren '20 verdween de zinkproductie grotendeels door het opraken van het goede zinkerts. Tijdens de depressie (1926-1936) viel de productie helemaal stil.
Violet Boucneau (we kennen haar meisjesnaam nog steeds niet) was volgens Bob Boucneau een van de eerste verpleegsters in de regio ('She became one of the first registered nurses in Colorado, the first in Fremount County').
![]() |
| Uit: Geological Survey bulletin nr. 1135 |
Van Ernest Boucneau weten we via Bob Boucneau (zijn kleinzoon, woont in Denver) dat hij tijdens Wereldoorlog II is overleden. Hij was dan ongeveer 50 jaar. Violet overleed volgens de informatie die we vonden in 1962 in Colorado (Social Security Death Index).
07 februari 2012
(G)een Franse verzetstrijder in Kortrijk
We publiceerden op 6 januari het onderstaande berichtje. Uit informatie van Annette Boucneau bleek dat onze interpretatie totaal fout zit. Het blijkt dat de geboorteplaats 'Juliers' fout vermeld is in de thesis en dus ook de conclusie als zou deze André Boucneau uit Frankrijk afkomstig zijn. Het gaat wel degelijk over de Vlaamse André Boucneau, zoon van Julien, uit onze familie.
"Op het internet vonden we een thesis over het verzet in Kortrijk tijdens Wereldoorlog 2. In deze thesis wordt onder andere ingegaan op de herkomst van de mensen die in het verzet actief waren. Een van de weinige 'buitenlanders' die wordt vermeld is een zekere André Boucneau. Hij was afkomstig uit Juliers in Noord-Frankrijk. Momenteel hebben we niet meer informatie over hem."
In de thesis staat deze informatie over André Boucneau:
"Boucneau André: Hij werd geboren op 10 mei 1924 te Juliers. Tijdens de oorlog woonde hij met zijn ouders in Kortrijk en studeerde hij daar aan het Atheneum. In zijn dossier staat vermeld “hij was actief betrokken bij de oprichting van de weerstand (Ligue V)”. Na de arrestaties van 1942 verloor hij ieder contact met het verzet. Toen de bevrijding nakend was, werd hij begin 1944 gemobiliseerd. Onder leiding van Joseph Lagae, was hij betrokken bij de gevechten die aan de bevrijding van de stad Kortrijk voorafgingen. Na de oorlog werd hij als gewapend weerstander erkend."
Zoals je kan lezen op onze website werd André niet geboren in 'Juliers', maar wel in Jülich (Duitsland)! Zijn ouders waren daar blijkbaar terecht gekomen tijdens Wereldoorlog 1... Een foutje dus...
"Op het internet vonden we een thesis over het verzet in Kortrijk tijdens Wereldoorlog 2. In deze thesis wordt onder andere ingegaan op de herkomst van de mensen die in het verzet actief waren. Een van de weinige 'buitenlanders' die wordt vermeld is een zekere André Boucneau. Hij was afkomstig uit Juliers in Noord-Frankrijk. Momenteel hebben we niet meer informatie over hem."
In de thesis staat deze informatie over André Boucneau:
"Boucneau André: Hij werd geboren op 10 mei 1924 te Juliers. Tijdens de oorlog woonde hij met zijn ouders in Kortrijk en studeerde hij daar aan het Atheneum. In zijn dossier staat vermeld “hij was actief betrokken bij de oprichting van de weerstand (Ligue V)”. Na de arrestaties van 1942 verloor hij ieder contact met het verzet. Toen de bevrijding nakend was, werd hij begin 1944 gemobiliseerd. Onder leiding van Joseph Lagae, was hij betrokken bij de gevechten die aan de bevrijding van de stad Kortrijk voorafgingen. Na de oorlog werd hij als gewapend weerstander erkend."
Zoals je kan lezen op onze website werd André niet geboren in 'Juliers', maar wel in Jülich (Duitsland)! Zijn ouders waren daar blijkbaar terecht gekomen tijdens Wereldoorlog 1... Een foutje dus...
05 februari 2012
Twee Kapucijners uit Oostende
In het on-line archief van de stad Oostende vonden we ooit twee paters Kapucijnen, Frans en Jacob De Bosscher, ze waren de zonen van Frans De Bosscher en Maria Boucneau.
Frans De Bosscher, pater Stanislaus, werd geboren in Oostende in 1737 en stierf er op 8 februari 1793. Hij trad in het klooster te Leuven op 14 januari 1757. Hij werd priester gewijd te Doornik op 19 december 1761 (woonde toen in Kortrijk). Hij was 'gewone biechtvader van de Witte Nonnen', predikant en biechtvader met speciale bevoegdheid voor Engels- en Italiaanssprekenden en aalmoezenier van het Pattriottisch leger in 1790.
Zijn broer Jacob, pater Alexander, werd geboren in Oostende in 1740 en stierf in Brugge op 10 juni 1788. Hij zou begraven liggen in de tuin van het klooster van Brugge. Ook hij trad in in de orde der Kapucijnen. Zijn inkleding vond plaats te Leuven op 14 juni 1758. Hij was toen 17 jaar oud. Hij werd priester gewijd te Antwerpen op 2 maart 1765 (woonde toen in Antwerpen). Hij was biechtvader en lektor; vaste predikant in de Sint Jacobskerk te Brugge; preekte in Gistel "driemaal de noveen ter ere van de H. Godelieve".
De moeder van Frans en Jacob, Maria Boucneau, was de afstammeling van Boucneau's die niet rechtstreeks verwant zijn aan de andere 'Vlaamse' Boucneau's. Zij was de laatste afstammeling met de naam Boucneau van ene Jan Boucneau afkomstig uit Mons, voor zover wij konden nagaan geen (rechtstreekse) familie van 'onze' Stefanus die in 1673 in Avekapelle trouwde met Petronelle Haemers...
Frans De Bosscher, pater Stanislaus, werd geboren in Oostende in 1737 en stierf er op 8 februari 1793. Hij trad in het klooster te Leuven op 14 januari 1757. Hij werd priester gewijd te Doornik op 19 december 1761 (woonde toen in Kortrijk). Hij was 'gewone biechtvader van de Witte Nonnen', predikant en biechtvader met speciale bevoegdheid voor Engels- en Italiaanssprekenden en aalmoezenier van het Pattriottisch leger in 1790.
Zijn broer Jacob, pater Alexander, werd geboren in Oostende in 1740 en stierf in Brugge op 10 juni 1788. Hij zou begraven liggen in de tuin van het klooster van Brugge. Ook hij trad in in de orde der Kapucijnen. Zijn inkleding vond plaats te Leuven op 14 juni 1758. Hij was toen 17 jaar oud. Hij werd priester gewijd te Antwerpen op 2 maart 1765 (woonde toen in Antwerpen). Hij was biechtvader en lektor; vaste predikant in de Sint Jacobskerk te Brugge; preekte in Gistel "driemaal de noveen ter ere van de H. Godelieve".
De moeder van Frans en Jacob, Maria Boucneau, was de afstammeling van Boucneau's die niet rechtstreeks verwant zijn aan de andere 'Vlaamse' Boucneau's. Zij was de laatste afstammeling met de naam Boucneau van ene Jan Boucneau afkomstig uit Mons, voor zover wij konden nagaan geen (rechtstreekse) familie van 'onze' Stefanus die in 1673 in Avekapelle trouwde met Petronelle Haemers...
Abonneren op:
Posts (Atom)
















